Gynaecologisch onderzoek
Het gynaecologisch onderzoek
U kleedt zich uit in een kleedkamer. Bovenkleding, sokken en schoenen kunt u eventueel aan houden. U neemt daarna plaats op de gynaecologische stoel. U ligt op uw rug met uw benen opgetrokken en gespreid, ondersteund door been- of voetsteunen. Niet de meest prettige houding maar wel een houding waarin de gynaecoloog u goed kan onderzoeken.
De gynaecoloog zal beginnen met het bekijken van de uitwendige geslachtsorganen.
Om u inwendig te onderzoeken brengt de gynaecoloog een spreider, (ook wel eendebek of speculum) naar binnen. Zo kan hij of zij de schede en de baarmoedermond goed zien.
Bij het naar binnen brengen worden de schaamlippen eerst gespreid. Vaak wordt u gevraagd licht te persen zodat de schede zich iets opent, waardoor het inbrengen van de spreider in het algemeen weinig pijn doet. Hierna wordt de spreider iets geopend zodat de gynaecoloog de baarmoedermond en de schede kan beoordelen. Als het nodig is wordt een uitstrijkje gemaakt of een kweek afgenomen. U kunt hierna enig bloedverlies hebben.
Voor het onderzoek van de inwendige geslachtsorganen (baarmoeder, eileiders, eierstokken) worden een of twee vingers in de schede gebracht en wordt met de andere hand op uw buik gevoeld (het vaginaal toucher). Dit onderzoek doet in principe geen pijn. Op deze manier kan de gynaecoloog de ligging en grootte van de baarmoeder en de eierstokken beoordelen. Om de baarmoeder en de eierstokken nog beter in beeld te krijgen maakt de gynaecoloog soms een inwendige echo.
Na het onderzoek kunt u zich weer aankleden. De gynaecoloog zal dan met u bespreken wat zijn of haar bevindingen zijn en adviseert u over eventueel vervolgonderzoek en/of behandeling en alternatieven.

